
Houtsnede uit: Conrad Dinckmut, Der Seelen Wurzgarten, Ulm, 1483.
Ingescand uit: Peter Jezler, Himmel, Hölle, Fegefeuer. Das Jenseits im Mittelalter, tentoonstellingscataloog, Zürich: Schweizerisches Landesmuseum, 1994, nr. 149, p. 363.
Der Seelen Wurzgarten is een Duitse exempelverzameling uit de 15de eeuw, waarin aan de hand van vele mirakelverhalen een beeld geschetst wordt van hel, vagevuur en hemel.
Op deze houtsnede zien we hoe ieder van de (gepersonifieerde) zeven hoofdzonden op een specifieke wijze bestraft wordt in de hel: de hoogmoed krijgt een spiegel voorgehouden en wordt hardhandig gekamd door een gifgroene duivel, de gierigheid krijgt een zak vol goudstukken te slikken, de onkuisheid wordt door een slang gefolterd aan de geslachtsorganen, de nijd wordt gebeten door een hond, de gulzigheid wordt door een duivel volgepropt, de gramschap staat op het punt door een woeste duivel met een kromzwaard in tweeën gespleten te worden en de traagheid (met gekruiste armen) wordt door een duivel op de rooster gelegd.
Lit.: U[eli] S[uter], artikel bij Kat. 149, in: Jezler, Himmel, p. 363.