
Hugo van der GOES, (° ca. 1440 in Gent, + 1482 in Brussel)
Middenluik van de Portinaritriptiek
1476-79
Olieverf op hout, 253 x 304 cm
Galleria degli Uffizi, Firenze
http://www.kfki.hu/~arthp/html/g/goes/portinar/index.html
Deze uitbeelding van de geboorte van Jezus of eerder van de aanbidding door de herders neemt in de kunstgeschiedenis een belangrijke plaats in. Hugo van der Goes schilderde de triptiek, waarvan de Aanbidding van de Herders het centrale luik vormt, in opdracht van Tommaso Portinari, de zaakgelastigde van de Medici in Brugge, die ze naar Firenze liet brengen om ze daar op een altaar te plaatsen. Deze triptiek die door haar compositie en de weergave van de figuren vernieuwend is ten opzichte van Van der Goes’ voorgangers en van zijn eigen vroegere werk, maakte in Firenze grote indruk en oefende sterke invloed uit op Italiaanse schilders zoals Ghirlandaio en Signorelli.
Onder invloed van de visioenen van Birgitta van Zweden is Maria in aanbidding voor haar kind afgebeeld. Sint-Jozef is eveneens in aanbidding uitgebeeld, en niet zozeer zoals dikwijls gebeurde in een houding van onbegrip en verbazing. Ook engelen zijn uit den hoge neergedaald om het Jezuskind te aanbidden. Rechts (voor de toeschouwer) knielen tenslotte de herders - die zoals rechts bovenaan staat afgebeeld van de engelen de blijde boodschap van de geboorte van de Messias hebben gekregen – in aanbidding voor Hem neer.
De os en de ezel zijn te vinden achter de zuil van het gebouw links. Men kan zich de vraag stellen waarom deze dieren bijna steeds in afbeeldingen van het kerstverhaal voorkomen terwijl het evangelie daar niets over zegt. Toch zijn deze dieren van bijbelse herkomst; zij komen uit Jes. 1,3: “Een os kent zijn eigenaar, een ezel de krib van zijn meester; maar Israël weet van niets; mijn volk heeft geen begrip”. De os en de ezel staan dus bij de kribbe tot lering van de mensen die er niet in slagen in het Jezuskind de Verlosser van de wereld te erkennen.
Een ander interessant detail wordt gevormd door de twee vrouwen die in de achtergrond te zien zijn (tussen het gebouw achter de stal en de hoofden van de herders): dat zijn de vroedvrouwen Salome en Zelomi, die blijkbaar in een discussie gewikkeld zijn. Zelomi zou in tegenstelling tot Salome getwijfeld hebben aan de maagdelijkheid van Maria. De hand waarmee zij Maria aanraakte om zich van haar maagdelijkheid te overtuigen, zou plots verdord geweest zijn, maar vervolgens genezen toen zij in geloof het kind Jezus aanraakte. Deze vroedvrouwen geven op sommige afbeeldingen van de geboorte van Jezus, nl. van Andrea Pisano (http://www.wga.hu/html/p/pisano/giovanni/1pulpits/2pisa_c2.html) en Duccio di Buoninsegna (http://www.kfki.hu/~arthp/html/d/duccio/buoninse/maesta/predel_f/pre_f_c.html) aan het pasgeboren kind een bad (verwijzing naar de doop!). Zij staan centraal op het geboortepaneel van Jacques Daret (voor andere werken van deze schilder zie: http://www.kfki.hu/~arthp/html/d/daret/index.html), terwijl aan de zijkant van het het kersttafereel van Robert Campin Zelomi haar terug genezen hand toont aan Salome (http://www.kfki.hu/~arthp/html/m/master/flemalle/nativity/nativi_.html).
Aandacht verdienen op de voorgrond ook de vazen met bloemen, die hoogstwaarschijnlijk allemaal een symbolische betekenis hebben (o.a. verwijzingen naar de passie).
Opgedragen aan Laurika (° Kerstavond 2001) – Marcel Gielis