Lukas Cranach (atelier), Wet en genade, ca. 1535

Nürnberg: Germanisches Nationalmuseum

Ingescand uit: Martin Luther und die Reformation in Deutschland, Frankfurt: Insel Verlag, 1983, p.87.

 

'Wet' en 'genade' zijn uitgebeeld resp. links en rechts van de boom, die in het midden van de houtsnede staat en die links dor is en rechts in bloei staat, want het woord van de wet is dodend, maar het genadevolle evangeliewoord maakt levend. Deze boom kan herinneringen oproepen aan de boom des levens uit het aards paradijs en aan de kruisboom.

Links van de boom staat Mozes met de tafelen van de wet en een aantal wetgeleerden; de wet veroorzaakt dat de zondige mens - in de achtergrond is de zondeval van Adam en Eva te zien - door de gepersonifieerde dood en door de duivel naar de eeuwige dood in de hel (uiterst links) gedreven wordt; bovenaan is Jezus als rechter (met de lelie en het zwaard als symbolen van resp. zijn barmhartigheid en zijn gerechtigheid naast zijn hoofd en met Maria en Sint-Jan-de-Doper aan zijn voeten) afgebeeld (vgl. iconografie van het Laatste Oordeel).

Rechts van de boom zien we het tentenkamp van de Israëlieten in de woestijn met de bronzen slang; degenen die waren gebeten door de slangen, die God als straf had gezonden, werden genezen als ze naar de bronzen slang opblikten. Deze slang is een voorafbeelding van Christus aan het kruis.

Rechts bovenaan staat Maria die het Jezuskind in haar schoot ontvangt, zoals het Credo zegt, "van de H. Geest", die in het midden van de rechterhelft te zien is (vgl. afbeeldingen van de Boodschap aan Maria, moment van de maagdelijke ontvangenis van de Verlosser in de schoot van Maria - niet te verwarren met de onbevlekte ontvangenis van Maria in de schoot van haar moeder, de H. Anna). Uiterst rechts bovenaan zien we de hemelvaart uitgebeeld.

Het centrale motief is de verlossende kruisdood van Jezus Christus; Sint-Jan-de-Doper wijst Christus aan als "het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt" (Joh. 1,29 en Jes. 53,7) en dit Lam Gods is te zien onderaan het kruis (vgl. het beroemde veelluik van Van Eyck); uit de wonde in Jezus' zijde ontspringt een bron van water, dat leven (gesymboliseerd door de H. Geest in de gedaante van een duif) geeft en dat de zondige, maar gelovige (biddende!) mens van zijn zonde reinigt en 'rechtvaardig' maakt (vgl. uitbeeldingen van de verlossende kruisdood waarbij Kerk en sacramenten ontspringen aan Christus’ zijdewond); uiterst rechts zien we de verrezen Christus die dood en duivel overwonnen heeft en zoals het Lam Gods een zegebanier draagt (vgl. de iconografie van de nederdaling ter helle en de verrijzenis).