De rechtvaardiging van de zondaar
volgens Luther gesymboliseerd door
Christus en de overspelige vrouw
geschilderd door Lukas Cranach

Fragment uit een homilie
Eerste lezing: Rom. 3,21-31
Evangelielezing: Joh. 8,1-11
Deze twee lezingen lijken zeer verschillend; nochtans gaan ze in wezen over dezelfde werkelijkheid, namelijk over wat vooral in de protestantse kerken ‘de rechtvaardiging van de zondaar’ genoemd wordt. De eerste lezing vormt het kernstuk uit de Romeinenbrief. In deze brief biedt de apostel Paulus een samenvatting van zijn evangelieverkondiging. Waarschijnlijk zijn weinig katholieken echt goed vertrouwd met deze brief. In de zondagsliturgie wordt weinig uit Paulus gelezen omdat de tweede lezing, die uit de apostelbrieven genomen is, in onderscheid met de eerste lezing meestal niet aansluit bij het evangelie. Van mensen die regelmatig de liturgie van de weekdagen meemaken en daar een doorlopende lezing uit de Paulusbrieven te horen krijgen, heb ik al meer dan eens de klacht vernomen dat Paulus zo moeilijk is, en dat ze zich afvragen of het wel zin heeft om daar uit voor te lezen.
De reformator Maarten Luther, die aan de basis ligt van het protestantisme, was van oordeel dat de brief aan de Romeinen samen met die aan de Galaten het belangrijkste geschrift van het Nieuwe Testament was. Maar hij ondervond ook dat de gewone gelovigen het moeilijk hadden om de leer over de rechtvaardiging te verstaan. Luther zelf vond die vooral bij Paulus verwoord. Maar in zijn populaire verkondiging maakte Luther gebruik van evangelieverhalen om duidelijk te maken wat met ‘rechtvaardiging van de zondaar’ bedoeld is. Daarbij neemt vooral het verhaal van Jezus en de overspelige vrouw, onze evangelielezing van vanavond, een belangrijke plaats in. Luther liet in het atelier van zijn vriend, de kunstschilder Lucas Cranach, vele schilderijen en gravures produceren die dit verhaal tot thema hadden. Predikanten konden de schilderijen als illustratie bij hun betogen gebruiken en door de op grote oplagen gedrukte gravures kon Luthers boodschap zelfs bij ongeletterden doordringen.
Om te begrijpen wat rechtvaardiging is kunnen ook wij misschien best eerst eens een blik werpen op het gebeuren in de tempel rond de overspelige vrouw, zoals Johannes dat verhaalt en Cranach dat uitbeeldt. In meerdere passages van het Johannesevangelie staat een vrouw symbool voor de gelovige: de Samaritaanse vrouw in het vierde hoofdstuk en Maria Magdalena in het verhaal van de verrijzenis. Ook de overspelige vrouw beeldt de gelovige uit. Op Cranachs schilderij houdt ze de ogen neergeslagen als teken van spijt en brouw: zij erkent haar zondigheid. Door zijn antwoord aan de schriftgeleerden en farizeeën confronteert Jezus hen met hun eigen zondigheid. Voor God staan alle mensen schuldig. Dit besef zou ons moeten aanzetten tot grote mildheid in ons oordeel: eigenlijk zijn wij mensen solidair in de zonde. Door zijn lichaamstaal maakt Jezus op Cranachs schilderij duidelijk dat hij, hoewel hij zelf zonder zonde is, solidair is met de overspelige vrouw: met zijn linkerhand neemt hij haar bij de arm. Zijn rechterhand is niet belerend opgeheven, maar wijst naar de berouwvolle zondares en schijnt haar zelfs tot voorbeeld te stellen aan haar belagers. Het essentiële van het gebeuren lijkt te zijn dat Jezus de zondares niet veroordeelt, maar haar vertrouwen betoont. Zoals we ook weten uit de menselijke ervaring heeft het een scheppende kracht wanneer men iemand vertrouwen schenkt - denken we bijvoorbeeld maar aan de psychiatrische theorie van de bevestiging of aan wat vertrouwen kan bewerken in de opvoeding. Vertrouwen geven kan iemand die zich dit vertrouwen in het verleden niet waardig heeft getoond, omvormen tot een beter mens. Dit is dan ook wat met de overspelige vrouw uit het evangelie gebeurt: als zij zich weet los te rukken uit haar zonde, dan is het omdat Jezus tegenover haar niet een moraliserende preek heeft afgestoken, maar haar vertrouwen heeft betoond. Volgens Luther gaat het in het evangelie wezenlijk hierom: in verkondiging en liturgie wordt aan ons zondige mensen de boodschap gebracht dat God ons ondanks onze zondigheid niet veroordeelt, maar ons vergeving schenkt. Uit dit evangelie, uit deze blijde boodschap putten wij dan kracht om het in de toekomst beter te doen.