Meester van Flémalle of Robert Campin, Merode-retabel

Ca. 1427, New York, Metropolitan Museum of Art

Gecopieerd van de Web Gallery of Art (http://www.kfki.hu/~arthp/html/m/master/flemalle/merode/0merode.html)

Dit schilderij van de boodschap aan Maria (middenpaneel; op het linker zijpaneel staan de schenkers, d.w.z.. de stichters van het ‘beneficie’ die ook het retabel hebben laten vervaardigen, om het op het altaar te plaatsen, waar de missen voor hun zielenrust gedaan werden) is hier vooral opgenomen omwille van wat er te zien is op het rechterzijpaneel: Sint-Jozef aan het werk in zijn timmermansatelier. Op dit tafereel zijn diverse voorwerpen te zien die verwijzen naar de passie van Jezus, nl. hamer, nagels en tang, maar waarschijnlijk ook de houtblok (het kruis!), de stok of staaf die ertegen ligt, en de zwaardvormige zaag. God de Zoon is immers volgens de toenmalige theologie mens geworden om de mens te verlossen en die verlossing is vooral voltrokken doordat Jezus door Zijn lijden en kruisdood voldoening geschonken heeft voor de zonde van de mens.

Zo goed als zeker houdt ook de muizenval die Jozef blijkbaar juist heeft gemaakt of aan het voltooien is, een symbolische verwijzing naar de verlossing in; een tweede muizenval zou te zien zijn op de vensterbank. Volgens een theorie over de verlossing die vooral op Sint-Augustinus (354-430) teruggaat, heeft de duivel zich door de menswording van (de Zoon van) God laten beetnemen op dezelfde manier als een muis zich door het lokaas in een muizenval laat verleiden en aldus beetgenomen wordt. Door de zonde was het menselijk geslacht in de macht en in de gevangenschap van de duivel gekomen; deze had a.h.w. het recht verworven de mensen de dood aan te doen en ze vervolgens mee te slepen naar de hel. De mensgeworden Zoon van God leidt echter een volkomen zondeloos leven. Maar omdat Hij overigens in alles gelijkgeworden is aan de mensen, denkt de duivel dat Hij slechts een gewone mens is en laat hij Hem door zijn handlangers, de boze mensen, ter dood brengen. Door dit te doen vergrijpt hij zich aan iemand waarover hij geen recht heeft, want hij laat op een zondeloze de straf voor de zonde toepassen. Omwille van deze onrechtmatige daad kan God de Vader in Zijn opperste rechtvaardigheid van de duivel de vrijlating van het menselijk geslacht eisen; door de onschuldige Zoon van God, die mens geworden was, te laten doden heeft de duivel zijn recht over het schuldige mensengeslacht verspeeld.