De Hel op de Tuin der Lusten van Jheronimus Bosch

Gecopieerd van: http://www.wga.hu/html/b/bosch/3garden/1garden.html
Zie Adam en Eva in de Tuin der Lusten voor de activiteiten van de mensen op het middenpaneel.
Op het rechterpaneel zien we waartoe die leiden: daar is de bestraffing van de zondaren in de hel voorgesteld. In onderscheid met wat zich afspeelt op het linkerluik, gaan de gruwelijke gebeurtenissen op het rechterluik volkomen voorbij aan de minnaars op het middenpaneel. Op het rechter zijluik staat afgebeeld waartoe het mensenleven in de pure-natuurstaat leidt: tot de verdoemenis. Daar zien we de schaduwzijde van de lust. Deze hoofdzonde wordt bestraft met de hel, waar de zondaars op vreselijke wijze worden gepijnigd en gemarteld door monsters, messen, sleutels, muziekinstrumenten en schaatsen. Het middelpunt van deze hel vormt een opvallende, raadselachtige, hybride figuur, de zogenoemde 'boommens'. Een holle opengewerkte romp (een gebroken ei?) met een hoofd staat op twee boomstronken die tegelijk armen en benen zijn en rusten in twee bootjes die op het water drijven. Het over de schouder terugblikkende hoofd, dat volgens sommigen een zelfportret van de schilder is, kijkt de toeschouwers aan en betrekt hen aldus intensief bij het tafereel. Op het hoofd rust een grote schijf waarop een roze doedelzak staat, waar duivels hand in hand met zondaars omheen lopen. In de holte van de romp is een kroegtafereel waar te nemen. De kroeg en de doedelzak houden ongetwijfeld verwijzingen in naar enkele hoofdzonden, resp. naar onmatigheid en wellust. In de Albertina in Wenen bevindt zich een tekening waarop Bosch eveneens een dergelijke boommens heeft uitgebeeld.
De boekjes over de Ars moriendi huldigen de stelregel dat zondaars in de hel gepijnigd worden met datgene waardoor ze gezondigd hebben. Dit principe vinden we terug in de hel van De tuin der lusten, meer bepaald in het gedeelte dat wel eens de 'muzikale hel' of 'muzikantenhel' is genoemd. We zien er o.a. een koor van verdoemden die een klaagzang jammeren, die ze lezen vanaf een partituur die is geschreven op de blote billen van iemand anders die daar zijn straf ondergaat. De muziekinstrumenten waarmee de zondaars in de muzikale hel gefolterd worden, moeten we wel in hun symbolische betekenis zien. Muziekinstrumenten fungeren in Bosch' tijd vaak als liefdessymbool. Al in de oudheid hadden blaasinstrumenten een fallische duiding. In veel liefdesscènes bespeelt de man een instrument; de luit was het attribuut bij uitstek van de minnaar. Ook bij vrolijke gezelschappen, die zich aan geestrijke drank en seksuele uitspattingen te buiten gaan, worden vaak muziekinstrumenten bespeeld. De moralist Bosch gebruikt een muziekinstrument meestal als metafoor van het zondige leven. Aangezien bovendien volgens de middeleeuwse astrologie musici 'kinderen' van Venus waren, is het gemakkelijk te begrijpen dat op het rechterpaneel van een schilderij dat de wellust aanklaagt een muzikale hel voorkomt, waarin zondaars met muziekinstrumenten gepijnigd worden omwille van hun ongeregelde seksualiteitsbeleving: i.p.v. een bloem zoals in de tuin het geval was, steekt hier nu bv. een fluit uit het achterste van iemand die zich daaraan heeft schuldig gemaakt. Elders in de hel, op de ladder die naar het binnenste van de boommens leidt, zien we een figuur die een pijl in zijn achterwerk heeft gekregen.
Vooraan in de hel troont de duivel op een kakstoel. Evenals sommige andere beelden van de hel zou Bosch dit motief ontleend hebben aan de Visio Tungdali, een 12de-eeuws verhaal over een helletocht, dat geschreven werd door een Ierse monnik en waarin verteld wordt: "bestia sedebat super stagnum" ("het beest zat bovenop een poel") (1). Van Tondalus' Visioen bestaan talrijke oude drukken. In 1484 verscheen zelfs een Nederlandse uitgave te 's-Hertogenbosch, gedrukt door Gerardus Leempt.
1. Er bestaat een schilderij Het Visioen van Tondalus uit de school van Bosch: zie Charles de Tolnay, Hieronymus Bosch. Het volledige werk, 2de verb. druk, Alphen aan de Rijn: Atrium, 1986, nr. 51, p. 384 en A.A. (= Aanhangsel van afbeeldingen) 52, p. 437 en Jheronimus Bosch, catalogus van de tentoonstelling in het Noordbrabants Museum, 's-Hertogenbosch, 17 september - 15 november 1967, 's-Hertogenbosch: Hieronymus Bosch Exhibition Foundation, 1967, nr. 43, p. 141-143. In Dino Buzzati en Mia Cinotti, L'opera completa di Bosch, Milano: Rizzoli Editore, 1966, nrs. 100 (met afb.), 112 en 126, p. 116-117 (Classici dell'Arte) worden onder de werken van Bosch die slechts door copie, navolging of schriftelijke bronnen bekend zijn, drie schilderijen met een Nederdaling ter helle genoemd, die door het visioen van Tondalus zouden kunnen geïnspireerd zijn. Ik ben er echter niet in geslaagd op de reproductie van Het Visioen van Tondalus bij De Tolnay of in de Bossche cataloog en van de Nederdaling ter helle in het boek uit de reeks Classici dell'Arte het motief van de duivel op de kakstoel terug te vinden.