Jeroen Bosch (ca. 1450 – 1516),

Het Laatste Oordeel
Olieverf op een paneel, 99,5 x 60,3 cm (centraal paneel), 99,5 x 29 cm (beide luiken)
Groeningemuseum, Brugge

 

http://www.kfki.hu/~arthp/html/b/bosch/painting/triptyc1/lastjudg.html

 

Dit weinig bekend Laatste Oordeel uit het Brugse Groeningemuseum met op het linkerluik de Gelukzaligen, op het rechterluik de Verdoemden en op de buitenkant van de zijluiken een Doornenkroning wordt volgens het dendrochronologisch onderzoek na 1480-86 gedateerd en wordt in het Rotterdamse tentoonstellingsboek van 2001 inderdaad aan Jeroen Bosch en/of zijn atelier toegeschreven, maar op de website www.boschuniverse.org niet opgenomen onder de authentieke werken. Alleszins benadert de stijl van dit werk heel dicht die van de onbetwistbaar authentieke werken van de moralist van Den Bosch. Ook hier wordt het thema zo ontwikkeld dat de klemtoon komt te liggen op de eeuwigdurende dwaasheid van de mens, die van de wereld een hel maakt reeds lang vóór het laatste oordeel; het kwaad lijkt bij Bosch onoverwinnelijk. Zoals meestal in Bosch’ schilderijen zijn ook op dit Laatste Oordeel de motieven dikwijls ontleend aan zegswijzen en spreekwoorden in de volkstaal.

 

Naast de metabletica van Jan Hendrik van den Berg, René Girards theorie over het mimetisme en Pablo Picasso’s Guernica speelt het Laatste Oordeel uit het Groeningemuseum een rol in een der detectiveromans van de Brugse auteur Pieter Aspe (uit zijn reeks met commissaris Van In en zijn vriendin onderzoeksrechter Hannelore Martens in de hoofdrol), nl. Zoenoffer (2001).