Het huwelijk als beeld voor de band tussen Christus en de Kerk

Sinds Origenes (3de eeuw) en vooral sinds Bernardus (12de eeuw) maken mystieke schrijvers veelvuldig gebruik van de huwelijkssymboliek om de verhouding tussen Christus en de ziel te beschrijven. Sinds Petrus Lombardus (12de eeuw) wordt deze symboliek algemeen beschouwd als de grondslag van de sacramentaliteit van het huwelijk: het symbool verwijst niet alleen naar heil, maar stelt het ook aanwezig; het heeft bijgevolg een heilzame werking. De symbolische betekenis van seksualiteit en huwelijk vinden we ook uitgedrukt in de christelijke iconografie, bv. in de miniaturenreeks die hierbij afgebeeld is. Dat het huwelijk een symbool is voor de verhouding van Christus tegenover zijn Kerk, wordt uitgebeeld door de parallelle voorstellingen enerzijds van:
- de schepping van Eva uit de rib van Adam (eerste miniatuur)
- en het bijeenbrengen van Adam en Eva door God in het 'paradijshuwelijk' (derde miniatuur),
en anderzijds van:
- het ontstaan van de Kerk uit Jezus Christus' zijdewond (tweede miniatuur; vgl. andere afbeeldingen van Jezus met de zijdewond en van Jezus' kruisdood, die volgens het christelijk geloof verlossing en heil - in de normale heilsbedeling via de sacramenten - brengt voor het mensdom)
- en Jezus met Maria (die een symbool is van de Kerk) en het 'huwelijk' tussen Christus en de Kerk (vierde en laatste miniatuur).
Dezelfde symboliek vinden we ook terug in de iconografie van bepaalde (vrouwelijke) heiligen, die zogezegd een mystiek huwelijk met Christus hebben gesloten (zie bv. het beroemde schilderij van Hans Memling, Het mystieke huwelijk van de H. Katharina, waarop het Kind Jezus op Maria's schoot is afgebeeld terwijl het een ring aan de vinger van deze heilige schuift). Tenslotte vinden we deze symboliek in de kerkmuziek vertolkt: bv. in de cantates en passies van J.S. Bach, o.a. BWV 140 Wachet auf en het openingskoor van de Mattheüspassie, waar Jezus de bruidegom van Sion (= het volk Gods) genoemd wordt.
In recente tijden is de huwelijkssymboliek heel duidelijk aanwezig bij een aantal theologen zoals Edward Schillebeeckx (in zijn boek over Het huwelijk), Odo Casel, Henri de Lubac, Louis Bouyer en Hans Urs von Balthasar, in de liturgische poëzie en kerkliederen van o.a. Guillaume van der Graft (Willem Barnard) en Huub Oosterhuis en in de verkondiging van paus Johannes-Paulus II.